Straatsburg, 9 september 2026 – Het milieu heeft iets te vieren. Precies dertig jaar geleden, op 9.9.1996 hebben België, Zwitserland, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Nederland het Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart ondertekend (CDNI).
Met zijn drie delen over olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval (Deel A), afval van de lading (Deel B) en overig scheepsbedrijfsafval (Deel C) is het CDNI nog steeds actueel en uniek in Europa. Het bijzondere van het CDNI is dat de verantwoordelijkheid voor de verwijdering van het afval bij de veroorzaker ligt, terwijl het verdrag tevens openstaat voor technische innovaties.
Als betalingssysteem voor de verwijderingsbijdrage van deel A (SPE-CDNI), werd er in 2011 een chipkaart ingevoerd en in 2024 werd er overgestapt op een oplossing met een app. De digitale registratie van het olie- en vethoudende scheepsbedrijfsafval is de volgende stap waar de lidstaten aan werken.
In Deel B gaat het tegenwoordig niet meer alleen om de bescherming van het water door het vermijden van afval en een verantwoordelijke omgang met resten die achterblijven na de overslag van droge en vloeibare lading. Dit deel regelt sinds 2024 inmiddels ook het verbod op het ventileren van dampen.
Deel C werd in 2025 uitgebreid tot de inzameling van huishoudelijk afvalwater, respectievelijk de afgifte van zuiveringsslib van passagiersschepen met meer dan 12 passagiers. Oorspronkelijk was er een fasering voorzien met om te beginnen een verbod voor passagiersschepen met meer dan 50 plaatsen aan boord. Kortom: alle drie de pijlers van het CDNI worden steeds opnieuw verder ontwikkeld.
In het jubileumjaar ligt het voorzitterschap van de Conferentie van Verdragsluitende Partijen bij Duitsland. Luxemburg bekleedt het voorzitterschap van de werkgroep, die is samengesteld uit vertegenwoordigers van zes lidstaten en erkende organisaties. De werkzaamheden worden ondersteund door het secretariaat van de CCR, dat tevens secretariaat is van het CDNI.